Lier, Hof van Immerseel
Inventarisnummer
SLI001040203
Beschrijving
Schilderij 1943 van het Hof van Immerseel (Groen Poort) van ARMAND LEON DEPAUW.
Geboren te Hasselt op 31 oktober 1885
Gestorven te Duffel op 14 november 1973
Zoon van:
Oscar Depauw x Marie Jeannette Hermans (genaamd Bonneke)
Oscar Depauw was fabrikant van kokostapijten in Mechelen.
Stamt af van familie Depauw uit Gent, verwant aan Lieven Bauwens.
Eerste echtgenote: Bertha Devroye (° Elsene, 21.04.1884; † Wemmel, 15.11.1950)
Enig kind: Eugène Depauw
Enig kleinkind: Daniel Depauw (1951-2019)
Tweede echtgenote: Clothilda Resseler (° Duffel, 15.02.1900; † Duffel, 08.05.1976)
Tijdens Eerste Wereldoorlog vocht hij in de loopgraven aan het front.
Schoolbestuurder in het Institut du Sacré-Coeur te Brussel.
Leraar Nederlands aan de Ecole Supérieure pour Jeunes Filles (Aarlenstraat, thans Institut Libre Marie Haps), voor meisjes uit de aristocratie en hogere burgerij, waar zij talen leerden. Daar kreeg hij een telefoon vanuit het Koninklijk Paleis met de vraag of hij privéles wilde geven aan het Hof. Hij nam de telefoon op en naar eigen zeggen luidde de vraag: ‘Est-ce que vous voulez donner des leçons à la cour?’ Eerst dacht hij dat men bedoelde dat hij op de ‘koer’ (speelplaats) wou les geven. Dit beaamde hij en pas achteraf werd het duidelijk dat het over het koninklijk Hof ging. Daarop werd hij privéleraar van Prins Karel tot het uitbreken van WO II, toen hij weigerde om met de prins in de maquis te gaan.
Autodidact als schilder, aquarellist, tekenaar en vooral pastellist. Schilderde vanaf 1924. Was beïnvloed door A.-T.-J. Bastien (1873-1955), directeur van de Académie de Bruxelles en lid van de Koninklijke Academie van België, die hem aanraadde om aan tentoonstellingen deel te nemen. Vestigde zich in Brussel, was in de jaren 1930 werkzaam in Sint-Joost-ten-Node en in Jezus-Eik. Later woonde hij in Mechelen en na zijn tweede huwelijk uiteindelijk in Duffel.
Zijn meeste schilderijen, zowel in olieverf als pastel op doek en tekeningen, kwamen tot stand in de Kempen; verder in Lier, aan de Belgische kust, in Brugge en in Villers-la-Ville. Ook reisde hij naar de Elzas, Auvergne, Bretagne, Normandië en schilderde er.
Zijn werk is eerder analytisch en ietwat post-impressionistisch. Bijzondere techniek om met pastel op doek te schilderen. Het doek werd eerst ingestreken met een pap, bekomen door een mengsel van 50% lijm in korrels met 50% gips te mengen, te laten koken en dan het geprepareerde doek ermee te bestrijken en te laten drogen. Dit recept zou hij mogelijk van Bastien hebben overgenomen. Hij beschouwde dit als een geheim recept, dat hij slechts een paar jaar voor zijn overlijden aan familieleden bekend maakte.
Hij stelde tentoon in Galerie Leroy (Brussel) in 1927 en 1928. Werk in het Charliermuseum in Sint-Joost-ten-Node: Duinen onder de zon.
Bibliografie:
A travers le Monde, 1924.
De Knibber, G., Ons Kunstleven, Dendermonde, 1930.
Leclercq de Sainte-Haye, P., Anthologie des Artistes Belges Contemporains. Armand Depauw, dl.10, Brussel, 1949.
Ons Volk ontwaakt, 1929.
Piron, P., De Belgische Beeldende Kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw, s.l., 2016, 2dln, dl.1., p.702.
Verwerving
piet lombaerde, schenking